Even voorstellen

Ik ben Edy Mulié, gediplomeerd hondengedragstherapeut en -instructeur.
Mijn hele leven ben ik opgetrokken met honden. Mijn ouders hadden eerder honden dan kinderen dus ben ik met ze groot geworden. De honden van mijn ouders waren, hoewel niet de makkelijkste, echte huishonden, die ons overal vergezelden. Ze waren lid van het gezin en werden beschouwd als dieren met hun eigen individuele karakters, leuke en minder leuke kanten. Het was een kwestie van geven en nemen.
De honden werden opgevoed door grenzen te stellen en te belonen met stem en een aai. Ze hoefden niets meer te kunnen dan te komen als ze werden geroepen en behoorlijk aan de riem te lopen. Verder konden ze lekker hond zijn.

Spelenderwijs leerde ik dat als ik een woordje herhaaldelijk zei als ze iets deden, zitten bijvoorbeeld, ze dat ook gingen doen als ik dat woordje zomaar zei. Ze moesten dus kennelijk leren wat een woordje betekent. Zo probeerde ik allerlei dingen te leren op basis van fantasiewoorden. Maar ook hun grenzen heb ik zo leren kennen. Lag ik voor een van hen op de grond en staarde te lang in de ogen, dan hapte de hond. Kennelijk viel dat niet in goede aarde.
Toen ik opgroeide werden honden die agressief gedrag naar mensen vertoonden, valse honden genoemd. In mijn familie waren er twee. Als kinderen leerden we al om de grenzen van dergelijke honden niet te overschrijden en ze te negeren als we langs ze liepen. Voor een geboren hondenliefhebster was het te verleidelijk om niet te proberen vriendschap met ze te sluiten. Zo heb ik menige reprimande gekregen als ik, door te dicht bij de mand te komen, een hond aanleiding gaf tot grommen. Niet de hond werd gecorrigeerd maar ik, voor het overtreden van de regel de hond niet te dicht te naderen. De hond uitte alleen maar haar ongenoegen.

Die houding tot honden is bepalend geweest voor mijn omgang met honden: laat ze in hun waarde, respecteer hun grenzen, stel regels om een prettig samenleven mogelijk te maken, leer ze dat aan wat nodig is voor de veiligheid en laat ze verder vooral hond zijn.

In het trainen van honden ben ik me pas gaan verdiepen toen ik honden ging opvangen die zo zwaar getraumatiseerd waren dat het enorme aanpassingen bleek te vergen om ze een prettig leven te kunnen bieden. Toen ben ik maar eens naar een hondenschool gegaan (de harde methoden waren toen al grotendeels uit de gratie). Daar hadden ze echter ook geen antwoorden (wel snelle oordelen over de hond…). Vandaar dat ik toen besloten heb om zelf maar die kennis te gaan opdoen en ben ik een opleiding tot hondeninstructeur gaan volgen en daarna een opleiding tot hondengedragstherapeut.
Het trainen met honden dat ik bij het passeren van hondentrainingsvelden eerder al vaak had gezien: schreeuwen, slaan en rukken aan slipkettingen, dat heb ik honden nooit aan willen doen. Naar mijn idee hoort training (veel oefenen en de moeilijkheid opbouwen) goed doordacht te zijn. Een leerling niet overvragen en het hoort prettig te zijn. Het idee van de hond de fout in laten gaan en dan te corrigeren, past daar niet bij.
Op allerhande sportclubs had ik mijn eigen ervaringen met het krijgen van trainingen al ruimschoots opgedaan en hoe hardvochtiger het er aan toeging, hoe vervelender ik het vond. Waarom zou dat niet voor honden gelden?

Honden zijn voor mij als unieke individuen met hun eigen karakter, eigenaardigheden, voor- en afkeuren. Waardevolle persoonlijkheden met emoties, waar je heel hechte vriendschappen mee kunt aangaan. Mijn streven is ze vooral te begeleiden en zoveel mogelijk in hun waarde te laten, hond te laten zijn.

Naast allerlei bij- en nascholing op het gebied van honden en hun gedrag, verdiep ik me ook in de medische kant en in alternatieve middelen die hun welzijn kunnen ondersteunen. Het meeste leer ik echter van de honden (en andere dieren) die ik elke dag om me heen heb.